1. Na een dag van werken, zwoegen,Met een hengel in de hand,In het najaar, zomer, voorjaar,Aan de stille waterkant.Dat is wat ons kan bekorenT’is voor ons het ideaal.Wij als leden van de visclubVissen doen we allemaal.
3. Maar als wij te samen komenIn’t gezellig clublokaalNou dan komen de verhalenLiegen doen we allemaalOnder ’t drinken van een biertjeWordt een spiering een makreelWordt een schar een grote tarbotEn wat weinig was wordt veel.
2. Als de snoek, de bot, de palingAan ons aas de honger stiltStaan wij in gespannen aandachtEn haast iedere zenuw trilt.Vol verwachting klopt ons harteWat voor vis het wezen zalKlein of groot zal welkom wezenWant de sport gaat bovenal.
4. Dat wij ons steeds amuserenAan de stille waterkantKunt U aan eenieder vragenIn ons Zeeuwse polderlandEén ding willen wij nog zeggenIedere visser groot of kleinHoort als rechtgeaarde sportmanLid van O.N.I. te zijn.
Clublied: Hengelaarsvereniging Ontspanning Na Inspanning.Muziek: Aan de oever van de Schelde.A. Bliek/ oktober 1947.